1 Ben concreet

“Ruim je kamer op” is een vage opdracht. “Maak je bed op” of “zet de boeken in de boekenkast” is concreet en duidelijk, en zorgt dus voor minder verwarring. Zo is het klusje snel geklaard! 

2 Routine

Plan een vast opruimmomentje in waarop jullie samen opruimen. Hoe meer zielen, hoe meer vreugde en samen opruimen maakt het een stuk gezelliger. 

3 Niet te veel speelgoed tegelijk

Heb je thuis zo veel speelgoed liggen dat de kinderen niet meer weten waarmee ze moeten spelen? Berg een deel van het speelgoed op, en wissel af met wat er wel ‘tentoongesteld’ wordt. Zo lijkt het net alsof ze telkens nieuw speelgoed hebben en ligt er tegelijk niet te veel in het zicht.